Over witte ruis, heerlijk zitten en (te)veel dragen
21 juli 2025 - Astorga, Spanje
Van woensdag 16 tot en met maandag 21 juli
Gelopen van San Nicólas del Real Camino naar El Burgo Ranero (25 km), Puente Villarente (25 km), Oncina de la Valdoncina ( 24 km), Villares de Órbigo (28 km) en Astorga (13 km). Plus een rustdag in Astorga.
Hoe komt een pelgrim de dag door
Laat ik beginnen met een beschrijving van een gewone dag op de Camino. Wanneer ik in een slaapzaal verblijf, beginnen rond half 5 de eerste mensen op te staan. Dankzij witte ruis ontgaat me dat grotendeels: ik heb oortjes in, met daarop van Spotify een playlist met witte ruis. Mijn kleindochter Nora slaapt daar heel lekker op en opa Erik kan er ook goed mee uit de voeten. Mijn wekker gaat meestal om kwart voor 6 of, als ik wat minder loop, om kwart over 6. Voordat ik ga slapen heb ik mijn kleren en rugzak georganiseerd. Na een douche en een klein ontbijt (yoghurt en wat nectarines) loop ik rond half 7 de herberg uit.
Na een uur of anderhalf hoop ik op een dorpje met barretje om te ontbijten. Jus, koffie, geroosterd brood met jam. Dan loop ik weer een tijdje en maak een tweede stop voor koffie en/of tonic. Vroeg in de middag (ergens tussen 1 en 2) ben ik -voor het echt warm wordt- bij de herberg. Als ik mijn bed gekozen heb, ga ik eerst lunchen en wat drinken. Dan een douche en mijn was doen en ophangen. Daarna tijd voor een dutje en rond 16:30 uur ergens een terras zoeken om wat te drinken en mede-pelgrims te ontmoeten. Als er een pelgrimsdiner is, begint dat meestal rond 19 uur. Daarna probeer ik meestal nog ergens een koffie te scoren en om 21 uur zoek ik mijn bed op.
Léon en daarna verfrissende stilte
Nu ik dichterbij Léon kom, verandert de Camino. Het landschap blijft mooi, de zonsopkomsten zijn nog steeds prachtig.
Maar de Camino loopt meer parallel aan een verkeersweg. En die wordt steeds drukker. Op woensdag bereik ik een mijlpaal: net voor Sahagun is het midden van de Camino Francés.
Een plek die gemarkeerd wordt door 2 beelden: Het zijn de Leon-koning Alfons VIII en Bernard De Sedirac, abt van het klooster van Sint-Benedictus. Kortom: de wereldse en de geestelijke macht is er voor de pelgrims.
Ik plande mijn etappes zo, dat ik op vrijdagmorgen al om 10 uur Léon binnenloop. Net voor het centrum staan de vrijwilligers van het toeristisch informatiepunt klaar om de pelgrims de stad in te loodsen en van informatie voor overnachtingen te voorzien. Daar vlakbij drink ik een koffie op een klein terras. Wat een verrassing: de lekkerste koffie van de Camino tot nu toe! Gesterkt door liefst twee bakjes ga ik de stad in.
Eet en drink wat op een terras in de stad en loop er dan zo weer uit.
Na de stad kies ik voor een route die me ‘verlost’ van het verkeer langs de Camino. De stilte is weldadig.
Ik overnacht in een piepklein dorpje en tref daar opnieuw Bridget en Helen, twee Amerikaanse pelgrims, die in een andere herberg verblijven. Zij lopen net als ik niet de standaard-etappes. Gisteren waren we gedrieën de enige pelgrims die samen het pelgrimsdiner gebruikten.
Ontmoeting tussen grootvaders
De volgende morgen loop ik een heel mooi stuk. Prachtige natuur, heerlijk weer.
Uit tegenovergestelde richting komt een oudere man aangewandeld. Opa’s ontmoeten elkaar en we maken een praatje waarin hij vertelt dat hij elke dag dit wandelingetje maakt: van zijn dorp naar het dorp waar ik sliep.
Dat is dus elke dag 11 km. Hij is 77 jaar. Ik hoop dat ik het hem t.z.t. na kan doen.
Wat deze dag pittig maakt, zijn twee stukken van elk 7-8 km over een kaarsrechte weg. Op de eerste daarvan rijden ook auto’s. Niet heel veel, maar sommigen lijken door El Diabolo op de hielen gezeten te worden. Gelukkig is de herberg waar ik slaap een heerlijke plek. Ik deel de slaapzaal van 10 bedden met één andere pelgrim. Ik laat mijn was doen en slaap een dik uur. In de plaatselijke bar eet ik die avond met een Amerikaans echtpaar. Het eten is prima en het gesprek is prettig. Wel grappig: als zij mijn Engels niet begrijpt, vraagt ze aan haar man of hij weet waar ik het over heb… ze komt niet op het idee om mij te zeggen dat ze me niet begrijpt. Na het eten ga ik met een koffie nog even op het terras zitten. Het is zaterdag en het dorp loopt uit. Wel een heel gezellige sfeer.
Een Goddelijke zondag
Op zondag heb ik een rustig dagje: naar Astorga is maar dertien kilometer. Ik sta wat later op en loop op mijn gemakje de dag in. Het is prachtig wandelweer: maximaal 23 graden. Wel een stevige wind, maar dat drukt de pret niet. Halverwege kom ik aan bij het Huis van de Goden. Een geweldige oase, met eten en drinken en fijne zitplekken. Ik doe er mijn schoenen voor uit en geniet van de heerlijke zon en de fijne sfeer. Daar kun je mee zitten!
Wanneer ik na anderhalf uur op het punt sta te vertrekken, komen Helen en Bridget aangelopen. Hoewel: de laatste loopt niet geweldig. Ze heeft pijn aan haar scheenbeen. Ze willen graag om 13 uur in Astorga zijn om de mis bij te wonen. Beiden zijn Rooms-Katholiek en dat nemen ze bloedserieus. Terwijl zij hun rust nemen, loop ik verder. Na een tijdje bedenk ik me dat ze waarschijnlijk niet op tijd komen als ze langzaam lopen. Daarom stop ik op de plek waar Astorga voor het eerst zichtbaar wordt.
Ik maak wat foto’s en bekijk de route naar de kerk waar om 13 uur de mis is. Die is naast de kathedraal en als ik voor het eerst kijk, is de aankomsttijd 12:47. Tegen de tijd dat Helen en Bridget er zijn, is dat opgelopen tot 13:15. Bridget staat het huilen nader als het lachen. Ik bied aan haar rugzak te dragen. Eerst zegt ze niets. Alleen die blik, die iets zegt als: "Meen je dat?" En ergens voel ik het zelf ook: waarom is het eigenlijk zo moeilijk om iets aan een ander over te laten? Uiteindelijk laat ze me helpen. Misschien is dat het zwaarste wat ze die dag heeft gedragen. Zo lopen we even later gedrieën verder, ik met een extra rugzak op mijn buik. Maar gek genoeg heb ik daar niet veel hinder van. Dankzij de goede route-app van het Jacobsgenootschap lopen we vlot naar de kerk, waar we uiteindelijk om 13:18 naar binnen gaan. Mooi op tijd voor het slot van de preek en voor de communie. Daarna wandelen we de stad in en lunchen we samen.
Terwijl zij gaan overleggen hoe ze verder gaan, wandel ik naar mijn verblijf voor deze nacht: een heerlijk hotel (omdat het weekend is én omdat Marrianne jarig is). De rest van de dag doe ik weinig meer. Rond 22 uur gaan mijn luiken dicht.
Een sprookjespaleis zonder een gelukkig einde
Maandag heb ik een rustdag in Astorga. Ik slaap tot een uur of 8, geniet van een fijn ontbijt, schrijf wat. Als ik bezig ben mijn spullen in te pakken schop ik met mijn linksbuiten tegen de rechtsvoor van een grote stoel die in de kamer staat. Dat is een veel te concrete ochtendgroet en mijn teen doet zo’n zeer dat ik een paar heel lelijke woorden zeg. Dus zit ik om 10 uur in de kathedraal voor de ochtendmis…. ;-)
Aansluitend ga ik het museum van de kathedraal binnen. Met een Nederlands-talige audiotoer word ik langs alle bijzonderheden van kathedraal, klooster en museum geleid. Erg de moeite waard.
Twee terrasjes later is het 13 uur en kan ik inchecken bij mijn herberg voor de nacht. De eerste indruk is dat het een heerlijke plek is. Ik lunch in de stad en wandel dan naar het bisschoppelijk paleis dat door Gaudi is ontworpen. Een schitterend gebouw van de buitenkant én van de binnenkant.
Minstens zo bijzonder: het is een bisschoppelijk paleis, maar er heeft nooit een bisschop gewoond. De bisschop die Gaudi de opdracht voor de bouw gaf, stierf voor het gebouw klaar was. Er sluimerde een conflict tussen het bestuur van het bisdom en Gaudi. Dat conflict laaide op door de dood van de bisschop. Uiteindelijk gaf Gaudi de opdracht terug. Andere architecten zetten de bouw voort, maar dat ging niet van een leien dakje: sommige delen stortten zelfs in en moesten opnieuw gebouwd worden. Pas in 1961 was het gebouw klaar, na een bouwtijd van 72 jaar. Bewoning door een bisschop was toen niet meer aan de orde.
Misschien is dat het geheim van veel heilige plekken: ze zijn nooit echt af, en worden pas betekenisvol als je ze bewandelt – en niet teveel draagt.





















En wat een mooie foto's.
Voor mij zo herkenbaar alsof ik er gisteren nog liep terwijl ik de Camino Frances in 2005 en 2006 gelopen heb
In 2005 vanuit Beek (L) Nederland
en in 2006 vanaf St Jean Piet de Port
Keep on walking en blijf genieten